In de eerste helft van de negentiende eeuw was een stadsarchitect of stadsbouwmeester verantwoordelijk voor de gebouwen van de civiele dienst en voor de werken van de waterstaatkundige aard. Verder bestond er een departement van genie die zorg droeg voor de militaire gebouwen en forten, onder leiding van een officier. In 1855 besloot de toenmalige Gouverneur Charles Pierre Schimpf bij Gouvernements Resolutie van 27 december 1855, No. 1579 beide departementen per 1 januari 1856 te verenigen tot het bouwdepartement[1]. De leiding met de titel “Chef van het Bouwdepartement” werd toegekend aan een civiel ingenieur die rechtstreeks onder de gouverneur viel.