Aanvallen op graanschepen in de Zwarte Zee bedreigen de wereldwijde voedselzekerheid

Original text in Dutch Translate
De graanuitvoer van Rusland en Oekraïne is scherp teruggelopen nadat het aantal aanvallen op schepen in oktober sterk toenam. Samen zijn beide landen goed voor ongeveer zevenentwintig procent van de wereldwijde tarwe-export.
Het aantal aanvallen op commerciële schepen in de Zwarte Zee en de Zee van Azov is in oktober sterk toegenomen. Begin oktober werd in de economische zone van Roemenië een vrachtschip met maïs geraakt; daarbij kwamen twee bemanningsleden om het leven en werden er elf gered. Ook in de economische zone van Bulgarije werden schepen getroffen. Beide landen zijn lid van de NAVO.
De berichtgeving schrijft afzonderlijke aanvallen niet aan één partij toe. Beschreven worden Russische aanvallen op Oekraïense havens en schepen, en een Oekraïense escalatie tegen Russische schepen en exportterminals. Hoeveel incidenten er in totaal waren, wordt niet vermeld.
De cijfers over de uitvoer laten zien hoe hard de gevolgen aankomen. De Russische graanuitvoer via de Zwarte Zee en de Zee van Azov daalde in september tot ongeveer 300.000 ton, tegen 4,74 miljoen ton een jaar eerder. De Oekraïense uitvoer via havens zakte in dezelfde maand van 2,1 miljoen naar 810.000 ton. Samen zijn beide landen goed voor ongeveer zevenentwintig procent van de wereldwijde tarwe-export.
Dat betekent niet automatisch schaarste. Volgens het markt-informatiesysteem AMIS zijn de wereldwijde graanvoorraden relatief ruim, wat een buffer biedt. Wel kunnen de voedselprijzen en de vrachtkosten oplopen. S&P Global ging er op 29 oktober van uit dat de verstoring nog minstens drie maanden aanhoudt. Reuters meldde op 3 november dat de NAVO haar aanwezigheid in het oostelijke deel van de Zwarte Zee wil versterken.
Het hardst getroffen worden landen in Afrika en het Midden-Oosten die sterk van graanimport afhankelijk zijn. Genoemd worden Libië, Tunesië en Kenia, die waarschijnlijk meer voor graan gaan betalen, wat in landen waar voedselprijzen worden gesubsidieerd direct op de staatsbegroting drukt.
Ook voor Suriname is de ontwikkeling niet zonder betekenis. Het land is deels afhankelijk van voedselimport, waardoor hogere prijzen en vrachtkosten uiteindelijk bij de consument terechtkomen. Dat komt bovenop de druk op brandstof- en energieprijzen waarover in de editie van 20 oktober werd bericht, toen Qatar waarschuwde voor een nieuwe mondiale energieschok. Twee verschillende conflicten, met hetzelfde effect op de kosten van levensonderhoud.
In het bericht wordt niemand bij naam geciteerd; de informatie is toegeschreven aan Reuters, S&P Global en AMIS.