Braganza wacht op groen licht voor grootschalige teelt van maïs en soja

Het bedrijf achter het Braganza-project zegt de wet te zullen volgen en wacht op goedkeuring van de overheid voordat de grootschalige teelt begint. Over de betrokkenheid van mennonieten spreekt het van samenwerking, niet van afzondering.
Het Braganza-project, dat sinds begin dit jaar het onderwerp is van een aanhoudende discussie over grondgebruik, ligt nog stil in afwachting van toestemming van de overheid. Volgens Lionel Blokland, lid van de directie van Braganza Marketing Group, wacht het bedrijf op groen licht voordat met grootschalige teelt wordt begonnen. Hij stelt dat het bedrijf de wet zal volgen.
Het gaat om zo’n 34.000 hectare landbouwgrond, waarop maïs en soja moeten worden geteeld. De oogst is in de eerste plaats bedoeld voor veevoer, voor de pluimvee- en veehouderijsector. Het bedrijf noemt een investering van 78 miljoen Amerikaanse dollar over een periode van vijf jaar; hoe dat bedrag over de verschillende onderdelen van het project wordt verdeeld, blijkt niet uit de berichtgeving.
De gevoeligste kwestie blijft de rol van mennonietengemeenschappen. Blokland bevestigt dat landbouwdeskundigen uit die gemeenschap bij de uitvoering worden betrokken, en wijst erop dat zij met hun technische kennis al twee waterputten in Witagron hebben geslagen. Volgens hem is het uitdrukkelijk de bedoeling dat de mennonieten zich mengen met de lokale bevolking en niet in afzondering gaan leven, een reactie op de kritiek die al maanden klinkt.
Van de kant van Witagron komt volgens het bedrijf steun. Er zou een petitie zijn ondertekend waarin bewoners zich uitspreken vóór grootschalige landbouw in het gebied, en er zouden afspraken zijn over werk voor de gemeenschap: transport en plantwerkzaamheden, vastgelegd in een gemeenschapsovereenkomst. De waterputten zouden bewoners die ongeveer tien jaar zonder huisaansluiting zaten weer toegang tot water hebben gegeven.
Daarbij past wel een kanttekening. Deze weergave komt van de projectzijde; in de berichtgeving staat geen onafhankelijke bevestiging van de petitie of van de gemeenschapsovereenkomst, en komen geen bewoners of vertegenwoordigers van inheemse en tribale gemeenschappen zelf aan het woord. De redactie heeft dat niet kunnen verifiëren.
Daarmee blijft de vraag open die in de editie van 4 september ook al werd gesteld, nadat minister Noersalim de overeenkomsten verdedigde als samenwerkingsafspraken op domeingrond en geen sluiproute voor mennonieten: of en hoe de inheemse en tribale gemeenschappen in het traject zijn geraadpleegd. Granman Clemens van de Kwinti ontkende dat in augustus. Die ontkenning is tot op heden niet weersproken met een verslag van zo’n consultatie.