Laatste Nieuws

Gronduitgiftebeleid behoeft noodzakelijke hervorming voor verdere ontwikkeling

President Simons kondigt hervorming van het gronduitgiftebeleid aan voor eerlijke, doelgerichte grondverdeling en duurzame nationale ontwikkeling.

Minister André Misiekaba en onderminister Raj Jadnanansing van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid (VWA) hebben officieel het startsein gegeven voor de Basisopleiding tot Junior Arbeidsinspecteur. Bij het startsein waren onder andere aanwezig de aspirant arbeidsinspecteurs en de docenten. Aan de eenjarige opleiding nemen negentien aspirant-arbeidsinspecteurs deel, bestaande uit vijf mannen en veertien vrouwen.

Met de start van deze basisopleiding zet het directoraat Arbeidsinspectie een belangrijke stap in de verdere professionalisering en versterking van de Arbeidsinspectie. De opleiding is erop gericht nieuwe arbeidsinspecteurs op te leiden die een bijdrage zullen leveren aan de naleving van de arbeidswetgeving en aan de bevordering van veilige, gezonde en menswaardige arbeidsomstandigheden in Suriname.

Het doel van de opleiding is de aspirant-arbeidsinspecteurs de basiskennis, vaardigheden en beroepshouding bij te brengen die noodzakelijk zijn voor een professionele uitvoering van hun toezichthoudende en handhavende taken. De deelnemers zullen gedurende een jaar worden voorbereid op hun toekomstige rol als toezichthouders op de naleving van de arbeidswetgeving.

Tijdens de kick-off benadrukten minister Misiekaba en onderminister Jadnanansing het grote maatschappelijke belang van een deskundige en integere Arbeidsinspectie. Zij wezen erop dat arbeidsinspecteurs een belangrijke verantwoordelijkheid dragen bij het beschermen van werknemers tegen uitbuiting en bij het bevorderen van veilige en gezonde arbeidsomstandigheden. Daarbij onderstreepten zij dat professionaliteit, onafhankelijkheid en integriteit onmisbare eigenschappen zijn voor iedere arbeidsinspecteur.

Naast de minister en de onderminister van VWA voerden ook de voorzitter van de Bond bij de Arbeidsinspectie, Hugo Blanker, de regionale hoofden Lucien Kartopawiro en Merlien Nelson, en inspecteur-generaal Rowan Noredjo het woord. In hun toespraken stonden de doelstellingen van de basisopleiding, deskundigheidsbevordering binnen de Arbeidsinspectie en de verdere versterking van de inspectie centraal. Ook werd het belang benadrukt van goed opgeleide arbeidsinspecteurs die effectief toezicht kunnen houden op de naleving van de arbeidswetgeving en daarmee bijdragen aan eerlijke, veilige en gezonde arbeidsomstandigheden voor alle werknemers in Suriname.

De Inspecteur-generaal stond in zijn toespraak stil bij de uitdagingen waarmee de Arbeidsinspectie de afgelopen jaren te maken heeft gehad. Hij wees erop dat de vorige basisopleiding in 2022 van start ging, nadat gedurende dertien jaar geen nieuwe opleiding was georganiseerd. Hierdoor is volgens hem een grote kloof ontstaan tussen ervaren arbeidsinspecteurs en aspirant-inspecteurs. De aspiranten beschikken nog niet over de wettelijke bevoegdheden om zelfstandig op te treden en zijn voor hun werkzaamheden afhankelijk van begeleiding door een beperkt aantal senior-inspecteurs.

Volgens Noredjo wachten sommige aspiranten al één tot drie jaar op de mogelijkheid om de basisopleiding te volgen, voornamelijk als gevolg van beperkte financiële middelen. Daarnaast noemde hij het tekort aan gekwalificeerd personeel als een van de grootste knelpunten binnen de Arbeidsinspectie. Hij benadrukte dat een effectieve inspectie niet alleen voldoende menskracht nodig heeft, maar ook over een adequaat wettelijk instrumentarium moet beschikken. In dat verband pleitte hij voor een herziening van de volgens hem verouderde en te lage boetebedragen voor Het gronduitgiftebeleid in Suriname behoeft noodzakelijke hervorming voor de verdere ontwikkeling van het land. Dit heeft president Jennifer Simons op vrijdag 10 juli 2026 laten doorschemeren bij de uitreiking van grondpapieren in Nickerie. Ruim 180 bewoners van het district hebben hun documenten in ontvangst mogen nemen op de dependance van het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB) aan de R.P.Bharrosstraat. Het staatshoofd legde In aanwezigheid van onder anderen GBB-minister Stanley Soeropawiro, parlementsvoorzitter Ashwin Adhin en districtscommissaris Nisha Kurban de nadruk op wetgeving.

Volgens president Simons werkt de regering aan wetgeving om het gronduitgiftebeleid te wijzigen c.q. verbeteren. Ze merkte op dat het grondenvraagstuk in Suriname altijd een hoofdpijn is geweest en dat er in het verleden vaak oneerlijk hiermee is omgegaan. Het staatshoofd is van mening dat grond van de staat is en bestemd voor burgers om zich te ontwikkelen, in hun behoeften te voorzien en te produceren. Suriname heeft volgens haar genoeg land voor elke Surinamer om te wonen en te leven. “Maar niet om aan een paar Surinamers honderden duizenden hectare te geven en er niets mee te doen.”

Het staatshoofd wil samen met de GBB-minister en De Nationale Assemblee (DNA) hier verandering in brengen. “Het is de hoogste tijd om de wetgeving ten aanzien van het uitgeven van grond aan te passen. Want de overheid geeft grond uit met een doel. Ik weet niet wie van u hier grond nodig heeft voor huisvesting, om een winkel op te zetten, of wie misschien grond nodig heeft om aan landbouw te doen. Maar het is nodig en het gaat ook gebeuren, als het aan mij ligt, dat wij in onze wetgeving die we aan het voorbereiden zijn, veel duidelijker zullen aangeven waarvoor u een stuk grond krijgt”, sprak de president.

Volgens het staatshoofd zal dit betekenen dat in de toekomst mensen geen grond meer zullen krijgen voor woning en bebouwing, maar voor huisvesting, tuinbouw, een sociaal doel of voor commerciële doeleinden. De grond, die de overheid uitgeeft, moet naar zeggen van president Simons een plan hebben en als er daadwerkelijk is uitgegeven, moet dat plan voor de bevolking gerealiseerd worden. “Het betekent dat we niet in de wilde weg overal kunnen doen wat we willen. Maar dat er een plan is waar mensen gaan wonen”, stelde de president. 

Ze gaf aan dat ook de overdracht en verlenging van gronden worden vergemakkelijkt. Dit moet in de toekomst rechtstreeks via de notaris en de Dienst der Domeinen worden geregistreerd, zodat men niet meer jarenlang hoeft te wachten op de handtekening van de minister. Daarnaast wil de president een stop zetten achter het vervallen van grondhuur na veertig jaar, als er een woning op de grond staat. Het staatshoofd zei dat in het verleden personen bij GBB misbruik hebben gemaakt van die vervaltermijn om zich huizen van mensen toe te eigenen.

“We gaan het niet meer toestaan. Wanneer u grond heeft gekregen voor huisvesting of voor commercieel gebruik. Dan moeten we zeggen dat de overheid heeft besloten dat dit stuk grond bestemd is voor huisvesting of voor commercieel gebruik, winkel of anders. En de overheid blijft dat vinden totdat er een formele verandering van beleid komt”, aldus de president. Als mensen de grond echter niet gebruiken, het huis niet bouwen of geen landbouw doen, gaat de grond volgens haar in de nieuwe wet automatisch vervallen en komt het terug in de boezem van de staat.

President Simons meent dat veel landbouwgrond nog ongebruikt ligt, hetgeen de ontwikkeling achterhoudt. Ze stelde dat de wet duidelijk is, maar dat zij meer zekerheid voor grondhuur wil. Verder moet de overheid duidelijker vaststellen waarvoor grond wordt uitgegeven. “We moeten die grondhuurtitel versterken”, benadrukte het staatshoofd. Zij riep parlementariërs op om mee te helpen aan stevige wetgeving. Eveneens werd de GBB-minister opgeroepen om zich te blijven inzetten en het daartoe te leiden dat burgers de garantie hebben voor een dak boven het hoofd.overtredingen van de arbeidswetgeving. Ook bepleitte hij dat overtredingen met betrekking tot uitzendbureaus en de minimumloonwetgeving op de boetelijst worden opgenomen.  Deze randvoorwaarden zijn volgens hem noodzakelijk om de Arbeidsinspectie in staat te stellen haar toezichthoudende en handhavende taak effectief uit te voeren.

Gronduitgiftebeleid behoeft noodzakelijke hervorming voor verdere ontwikkeling

President Simons kondigt hervorming van het gronduitgiftebeleid aan voor eerlijke, doelgerichte grondverdeling en duurzame nationale ontwikkeling.

Minister André Misiekaba en onderminister Raj Jadnanansing van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid (VWA) hebben officieel het startsein gegeven voor de Basisopleiding tot Junior Arbeidsinspecteur. Bij het startsein waren onder andere aanwezig de aspirant arbeidsinspecteurs en de docenten. Aan de eenjarige opleiding nemen negentien aspirant-arbeidsinspecteurs deel, bestaande uit vijf mannen en veertien vrouwen.

Met de start van deze basisopleiding zet het directoraat Arbeidsinspectie een belangrijke stap in de verdere professionalisering en versterking van de Arbeidsinspectie. De opleiding is erop gericht nieuwe arbeidsinspecteurs op te leiden die een bijdrage zullen leveren aan de naleving van de arbeidswetgeving en aan de bevordering van veilige, gezonde en menswaardige arbeidsomstandigheden in Suriname.

Het doel van de opleiding is de aspirant-arbeidsinspecteurs de basiskennis, vaardigheden en beroepshouding bij te brengen die noodzakelijk zijn voor een professionele uitvoering van hun toezichthoudende en handhavende taken. De deelnemers zullen gedurende een jaar worden voorbereid op hun toekomstige rol als toezichthouders op de naleving van de arbeidswetgeving.

Tijdens de kick-off benadrukten minister Misiekaba en onderminister Jadnanansing het grote maatschappelijke belang van een deskundige en integere Arbeidsinspectie. Zij wezen erop dat arbeidsinspecteurs een belangrijke verantwoordelijkheid dragen bij het beschermen van werknemers tegen uitbuiting en bij het bevorderen van veilige en gezonde arbeidsomstandigheden. Daarbij onderstreepten zij dat professionaliteit, onafhankelijkheid en integriteit onmisbare eigenschappen zijn voor iedere arbeidsinspecteur.

Naast de minister en de onderminister van VWA voerden ook de voorzitter van de Bond bij de Arbeidsinspectie, Hugo Blanker, de regionale hoofden Lucien Kartopawiro en Merlien Nelson, en inspecteur-generaal Rowan Noredjo het woord. In hun toespraken stonden de doelstellingen van de basisopleiding, deskundigheidsbevordering binnen de Arbeidsinspectie en de verdere versterking van de inspectie centraal. Ook werd het belang benadrukt van goed opgeleide arbeidsinspecteurs die effectief toezicht kunnen houden op de naleving van de arbeidswetgeving en daarmee bijdragen aan eerlijke, veilige en gezonde arbeidsomstandigheden voor alle werknemers in Suriname.

De Inspecteur-generaal stond in zijn toespraak stil bij de uitdagingen waarmee de Arbeidsinspectie de afgelopen jaren te maken heeft gehad. Hij wees erop dat de vorige basisopleiding in 2022 van start ging, nadat gedurende dertien jaar geen nieuwe opleiding was georganiseerd. Hierdoor is volgens hem een grote kloof ontstaan tussen ervaren arbeidsinspecteurs en aspirant-inspecteurs. De aspiranten beschikken nog niet over de wettelijke bevoegdheden om zelfstandig op te treden en zijn voor hun werkzaamheden afhankelijk van begeleiding door een beperkt aantal senior-inspecteurs.

Volgens Noredjo wachten sommige aspiranten al één tot drie jaar op de mogelijkheid om de basisopleiding te volgen, voornamelijk als gevolg van beperkte financiële middelen. Daarnaast noemde hij het tekort aan gekwalificeerd personeel als een van de grootste knelpunten binnen de Arbeidsinspectie. Hij benadrukte dat een effectieve inspectie niet alleen voldoende menskracht nodig heeft, maar ook over een adequaat wettelijk instrumentarium moet beschikken. In dat verband pleitte hij voor een herziening van de volgens hem verouderde en te lage boetebedragen voor Het gronduitgiftebeleid in Suriname behoeft noodzakelijke hervorming voor de verdere ontwikkeling van het land. Dit heeft president Jennifer Simons op vrijdag 10 juli 2026 laten doorschemeren bij de uitreiking van grondpapieren in Nickerie. Ruim 180 bewoners van het district hebben hun documenten in ontvangst mogen nemen op de dependance van het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB) aan de R.P.Bharrosstraat. Het staatshoofd legde In aanwezigheid van onder anderen GBB-minister Stanley Soeropawiro, parlementsvoorzitter Ashwin Adhin en districtscommissaris Nisha Kurban de nadruk op wetgeving.

Volgens president Simons werkt de regering aan wetgeving om het gronduitgiftebeleid te wijzigen c.q. verbeteren. Ze merkte op dat het grondenvraagstuk in Suriname altijd een hoofdpijn is geweest en dat er in het verleden vaak oneerlijk hiermee is omgegaan. Het staatshoofd is van mening dat grond van de staat is en bestemd voor burgers om zich te ontwikkelen, in hun behoeften te voorzien en te produceren. Suriname heeft volgens haar genoeg land voor elke Surinamer om te wonen en te leven. “Maar niet om aan een paar Surinamers honderden duizenden hectare te geven en er niets mee te doen.”

Het staatshoofd wil samen met de GBB-minister en De Nationale Assemblee (DNA) hier verandering in brengen. “Het is de hoogste tijd om de wetgeving ten aanzien van het uitgeven van grond aan te passen. Want de overheid geeft grond uit met een doel. Ik weet niet wie van u hier grond nodig heeft voor huisvesting, om een winkel op te zetten, of wie misschien grond nodig heeft om aan landbouw te doen. Maar het is nodig en het gaat ook gebeuren, als het aan mij ligt, dat wij in onze wetgeving die we aan het voorbereiden zijn, veel duidelijker zullen aangeven waarvoor u een stuk grond krijgt”, sprak de president.

Volgens het staatshoofd zal dit betekenen dat in de toekomst mensen geen grond meer zullen krijgen voor woning en bebouwing, maar voor huisvesting, tuinbouw, een sociaal doel of voor commerciële doeleinden. De grond, die de overheid uitgeeft, moet naar zeggen van president Simons een plan hebben en als er daadwerkelijk is uitgegeven, moet dat plan voor de bevolking gerealiseerd worden. “Het betekent dat we niet in de wilde weg overal kunnen doen wat we willen. Maar dat er een plan is waar mensen gaan wonen”, stelde de president. 

Ze gaf aan dat ook de overdracht en verlenging van gronden worden vergemakkelijkt. Dit moet in de toekomst rechtstreeks via de notaris en de Dienst der Domeinen worden geregistreerd, zodat men niet meer jarenlang hoeft te wachten op de handtekening van de minister. Daarnaast wil de president een stop zetten achter het vervallen van grondhuur na veertig jaar, als er een woning op de grond staat. Het staatshoofd zei dat in het verleden personen bij GBB misbruik hebben gemaakt van die vervaltermijn om zich huizen van mensen toe te eigenen.

“We gaan het niet meer toestaan. Wanneer u grond heeft gekregen voor huisvesting of voor commercieel gebruik. Dan moeten we zeggen dat de overheid heeft besloten dat dit stuk grond bestemd is voor huisvesting of voor commercieel gebruik, winkel of anders. En de overheid blijft dat vinden totdat er een formele verandering van beleid komt”, aldus de president. Als mensen de grond echter niet gebruiken, het huis niet bouwen of geen landbouw doen, gaat de grond volgens haar in de nieuwe wet automatisch vervallen en komt het terug in de boezem van de staat.

President Simons meent dat veel landbouwgrond nog ongebruikt ligt, hetgeen de ontwikkeling achterhoudt. Ze stelde dat de wet duidelijk is, maar dat zij meer zekerheid voor grondhuur wil. Verder moet de overheid duidelijker vaststellen waarvoor grond wordt uitgegeven. “We moeten die grondhuurtitel versterken”, benadrukte het staatshoofd. Zij riep parlementariërs op om mee te helpen aan stevige wetgeving. Eveneens werd de GBB-minister opgeroepen om zich te blijven inzetten en het daartoe te leiden dat burgers de garantie hebben voor een dak boven het hoofd.overtredingen van de arbeidswetgeving. Ook bepleitte hij dat overtredingen met betrekking tot uitzendbureaus en de minimumloonwetgeving op de boetelijst worden opgenomen.  Deze randvoorwaarden zijn volgens hem noodzakelijk om de Arbeidsinspectie in staat te stellen haar toezichthoudende en handhavende taak effectief uit te voeren.

Shopping Cart

App tijdelijk niet beschikbaar!

Onze mobiele app is momenteel tijdelijk offline vanwege onderhoud en verbeteringen. We werken eraan om de app zo snel mogelijk weer beschikbaar te maken.