De complete gids voor Suriname

Nieuws

Minister beëindigt mandaat TAS-directeur; Jap-A-Joe betwist het besluit

Minister beëindigt mandaat TAS-directeur; Jap-A-Joe betwist het besluit

Minister Landveld schrijft dat de termijn van de directeur van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname is verstreken en eist onmiddellijke overdracht. Jap-A-Joe stelt dat alleen de president daarover gaat.

Minister Raymond Landveld van Transport, Communicatie en Toerisme heeft in een brief van 20 oktober laten weten dat de termijn van Wendy Jap-A-Joe als directeur van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname die dag is geëindigd. Hij eist dat zij haar bestuurlijke verantwoordelijkheden onmiddellijk overdraagt. Afschriften van de brief gingen naar president Jennifer Geerlings-Simons en vicepresident Gregory Rusland.

Als grondslag noemt de minister presidentiële resolutie Bureau nummer 8191/21, waarin de termijn is vastgelegd, en artikel 4.2 van de Wet Telecommunicatievoorzieningen. Hij voert aan dat de termijn is verstreken en dat de situatie verdere beoordeling onder die wet behoeft. Met een beroep op behoorlijk bestuur en institutionele continuïteit vraagt hij de Raad van Commissarissen rechtmatige maatregelen te nemen, zodat de leiding en de bedrijfsvoering van TAS zonder onderbreking kunnen doorgaan.

De Raad van Commissarissen, het toezichthoudende orgaan van TAS, deelt die lezing. Volgens de raad eindigde de vijfjarige benoeming op 19 oktober, waardoor Jap-A-Joe vanaf 20 oktober niet meer namens TAS kan optreden.

Jap-A-Joe betwist dat. Zij houdt vol dat uitsluitend de president over haar positie kan beslissen. Daarmee staan twee rechtsopvattingen tegenover elkaar: de minister en de raad gaan uit van een termijn die van rechtswege afloopt, de directeur van een benoeming waaraan alleen het staatshoofd een einde kan maken.

Opvallend is dat de twee kampen zelfs over de einddatum verschillen. De raad noemt 19 oktober, de minister 20 oktober. Dat verschil van één dag is in een bestuursrechtelijk geschil niet zonder betekenis, omdat het bepaalt welke handelingen nog bevoegd zijn verricht.

Het conflict is niet nieuw. In juni van dit jaar stuurden zowel de directeur als de raad afzonderlijk brieven aan de president over elkaars optreden. In juli eiste de directeur dat de raad publieke uitspraken over haar functioneren zou intrekken; de raad wees de beschuldigingen van de hand. Eerder in het geschil oordeelden de minister en de vicepresident dat er onvoldoende gronden waren voor schorsing of ontslag. Dat maakt de huidige stap opmerkelijk: niet het functioneren maar het aflopen van de termijn is nu de aangevoerde grond.

Een inhoudelijke reactie van de president op de brief is op dit moment niet gepubliceerd. Omdat juist zij volgens de directeur de bevoegde instantie is, ligt daar de sleutel tot de afloop.