De complete gids voor Suriname

Nieuws

Simons ontkent toestemming voor aanblijven TAS-directeur; kort geding moet beslissen

Simons ontkent toestemming voor aanblijven TAS-directeur; kort geding moet beslissen

De president zegt nooit te hebben ingestemd met het aanblijven van Wendy Jap-A-Joe en tekent geen benoeming van een opvolger voordat het onderzoek is afgerond. Brunswijk noemt het optreden van de Raad van Commissarissen kinderachtig.

President Jennifer Simons heeft woensdag ontkend dat zij ermee heeft ingestemd dat Wendy Jap-A-Joe na het aflopen van haar termijn aanbleef als directeur van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname. Zij zegt dat nooit te hebben gezegd. Daarmee komt er een reactie van de instantie waarnaar in de edities van 20 en 21 oktober werd verwezen als de partij die volgens de directeur zelf als enige over haar positie gaat.

Volgens Simons stelde de benoemingsresolutie de termijn op een einde per 20 oktober; de Wet Telecommunicatievoorzieningen voorziet in een benoemingsperiode van vijf jaar. Dat is van belang voor de datumkwestie die in deze uitgave eerder werd gesignaleerd: de Raad van Commissarissen noemde 19 oktober, de minister 20 oktober. De lezing van de president sluit aan bij die van de minister.

De president schetste ook de procedure zoals zij die ziet: benoeming, schorsing en ontslag verlopen langs een vaste weg, waarbij de minister voordraagt, de Raad van Ministers goedkeurt en de president de resolutie tekent. Wanneer er geen directeur of onderdirecteuren zijn, kan de Raad van Commissarissen volgens haar tijdelijk de leiding overnemen. Zij zegt de directeur niet buiten het wettelijk kader te kunnen laten aanblijven.

Aan een opvolger verbindt zij een voorwaarde. De raad wil een onderzoek naar de geschillen tussen de directeur en de commissarissen; volgens Simons maakte de directeur daar aanvankelijk geen bezwaar tegen, maar is dat onderzoek nooit op gang gekomen. Zolang het niet is afgerond, tekent zij geen resolutie voor de benoeming van een nieuwe directeur, ongeacht wie wordt voorgedragen.

Intussen is de zaak bij de rechter. Volgens de president heeft de raad een kort geding aangespannen om de overdracht af te dwingen; zij wacht de uitspraak af.

Vanuit de coalitie klinkt kritiek op de raad. ABOP-voorzitter Ronnie Brunswijk, die sprak na een overleg van coalitieleiders met de president, noemt het optreden van de commissarissen kinderachtig. Hij doelt daarbij op tactieken waarbij mensen achter deuren zouden gaan zitten of daar zouden blijven slapen om een overdracht af te dwingen. Volgens hem heeft de raad het probleem zelf veroorzaakt en is de president verkeerd geïnformeerd.

Brunswijk vindt dat de kortgedingrechter de knoop moet doorhakken, inclusief de vraag hoe de wettelijke benoemingstermijn van vijf jaar zich verhoudt tot de opzegtermijn in het arbeidscontract van de directeur. Tot die uitspraak moet de situatie volgens hem blijven zoals zij is en blijft de directeur aan. Hij benadrukt dat de ABOP zich bij het oordeel van de rechter neerlegt, niet vecht voor het aanblijven van de directeur, en in de coalitie blijft; de spanningen zijn volgens hem afgenomen.

Daarmee staan er nu drie standpunten naast elkaar: de raad en de minister zeggen dat de termijn is verstreken, de president bevestigt de einddatum maar koppelt een nieuwe benoeming aan een onderzoek, en Brunswijk wil dat alles blijft zoals het is tot de rechter spreekt. De uitspraak in kort geding is het eerstvolgende moment waarop daar helderheid over komt.