La guía completa de Surinam

Noticias

Advocaat Jap-A-Joe: overgangswet beschermt arbeidsrechten, directeurschap en contract staan los

Advocaat Jap-A-Joe: overgangswet beschermt arbeidsrechten, directeurschap en contract staan los

Texto original en neerlandés Traducir

Voor het Hof van Justitie voert raadsvrouw Nazir aan dat de bepaling waarop TAS en de Staat zich beroepen pas geldt voor directeuren die na 1 mei 2025 zijn benoemd. Een uitspraakdatum is nog niet bekend.

In het hoger beroep over de positie van Wendy Jap-A-Joe bij de Telecommunicatie Autoriteit Suriname heeft haar raadsvrouw Iris Nazir, samen met Chandra Algoe, het verweer van TAS en de Staat bestreden. De zaak dient bij het Hof van Justitie; wanneer uitspraak wordt gedaan, is nog niet bekendgemaakt.

De kern van haar betoog is een overgangsbepaling. Volgens Nazir gaat het verweer voorbij aan artikel 37b van de Overgangswet, dat voor de arbeidsrechten van haar cliënte van belang is. Op grond daarvan geldt de bepaling uit het Burgerlijk Wetboek waarop TAS zich beroept alleen voor directeuren die na 1 mei 2025 zijn benoemd. Jap-A-Joe werd in 2021 benoemd en was op dat moment al elf jaar bij TAS in dienst.

Daaruit volgt haar tweede punt, dat zij ook in het kort geding al maakte: het einde van een directeurschap beëindigt niet automatisch een arbeidsovereenkomst. Het contract uit 2021 vraagt volgens haar om een eigen juridische beoordeling, los van de vraag of de benoemingstermijn is verstreken.

TAS en de Staat beriepen zich volgens Nazir op artikel 2:8 lid 5 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek, waaruit volgens hen zou volgen dat de verhouding tussen een bestuurder en een rechtspersoon geen arbeidsovereenkomst kan zijn. Zij bestrijdt die lezing. Ook verwierpen zij een beroep op de Olff-uitspraak uit 2012, met het argument dat de Wet Telecommunicatievoorzieningen toen nog niet bestond. Volgens Nazir blijkt uit die uitspraak juist dat Olff bij TAS in dienst trad vóórdat die wet in werking trad, en oordeelde de rechter destijds dat een mededeling van de Staat op zichzelf de dienstbetrekking niet kon beëindigen en dat TAS het salaris moest blijven doorbetalen tot de arbeidsrelatie rechtsgeldig was geëindigd.

Nazir stelt verder dat haar cliënte abrupt door de Raad van Commissarissen uit haar functie is gezet, zonder dat haar arbeidsrechtelijke positie behoorlijk is afgewikkeld. Zij maakt bezwaar tegen berichtgeving die haar cliënte volgens haar als crimineel neerzet, en betoogt dat een juridisch geschil iemands reputatie niet zou moeten beschadigen. De advocaten benadrukken dat zij geen voorkeursbehandeling vragen, maar juiste toepassing van de wet en eerbiediging van bestaande rechten.

Voor de volledigheid: dit artikel geeft het standpunt van de verdediging weer, zoals dat ter zitting is uiteengezet. Het weerwoord van TAS en de Staat is in de berichtgeving alleen weergegeven zoals de raadsvrouw het samenvat. De kortgedingrechter oordeelde op 26 oktober dat het directeurschap met de benoemingstermijn eindigde; dat is een voorlopig oordeel, en het Hof moet nog beslissen.