Verenigde Staten sanctioneren netwerk dat de Guyanese vlag misbruikte voor Iraanse olietankers

Texto original en neerlandés Traducir
Een netwerk vanuit India gaf valse scheepsregistraties uit onder de vlag van Guyana, om tankers met Iraanse olie langs internationale sancties te loodsen. Negen bedrijven zijn op de sanctielijst geplaatst.
De Amerikaanse autoriteiten hebben een netwerk gesanctioneerd dat vanuit India valse scheepsregistraties en maritieme certificaten uitgaf. Daarmee werden tankers die Iraanse olie vervoerden voorzien van papieren die de indruk wekten dat zij officieel geregistreerd stonden in Guyana, en in sommige gevallen in Eswatini of Laos. Negen bedrijven zijn op de sanctielijst geplaatst, naast een aantal personen.
De opzet was tamelijk doortimmerd. Het netwerk zou websites hebben opgezet die zich voordeden als bevoegde maritieme autoriteiten en die scheepsregistratie en certificering van zeevarenden aanboden. Een daarvan, de International Maritime Safety Agency of Guyana, presenteerde zich als gemachtigd om schepen onder Guyanese vlag te registreren, zonder daarvoor enige officiële toestemming te hebben. Als leiders van het netwerk worden Suniel Kumar Sharma en zijn echtgenote Jaspreet Preeti Shahid genoemd.
De maatregelen betekenen dat tegoeden die onder Amerikaanse jurisdictie vallen worden bevroren en dat de meeste financiële transacties met de gesanctioneerden verboden zijn. Welke Amerikaanse dienst de sancties oplegde, wordt in de berichtgeving niet gespecificeerd; evenmin hoeveel schepen het betreft.
Guyana zelf is slachtoffer, niet dader, en reageerde ook zo. De Maritime Administration Department verwelkomde de sancties en stelde dat dit soort praktijken de veiligheid en betrouwbaarheid van de scheepvaart bedreigt, evenals de integriteit van nationale registers. Het land zegt te blijven samenwerken met internationale partners en maritieme toezichthouders om vlagmisbruik op te sporen en te voorkomen.
De zaak speelt al langer. In april van dit jaar onderschepten Amerikaanse strijdkrachten in de Indische Oceaan de tanker Majestic X, die Iraanse olie vervoerde onder een valse Guyanese vlag; volgens de Guyanese autoriteiten was het schip daar niet geregistreerd. In juli presenteerde minister Deodat Indar van Openbare Nutsvoorzieningen en Luchtvaart op een maritiem veiligheidssymposium in Antigua en Barbuda een studie over frauduleuze scheepsregistraties, en onlangs kwam het onderwerp ook aan de orde op de zesenvijftigste jaarvergadering van de Caribbean Shipping Association, die in Guyana werd gehouden.
Voor Suriname is de zaak in twee opzichten relevant. In de eerste plaats omdat de reputatie van een nationaal scheepsregister een kwetsbaar bezit is: wie zich met valse papieren onder een vlag nestelt, beschadigt het land waarvan de vlag wordt misbruikt. In de tweede plaats omdat het de zoveelste aanwijzing is dat de oorlog met Iran tot in deze regio doorwerkt, na de energieprijzen, waarover in de editie van 20 oktober werd bericht, en de graanuitvoer uit de Zwarte Zee, die gisteren aan de orde kwam.